Gorinchem en omstreken trapt in het rond
10 Jul
In een door alcohol en sigarettenrook vervolgen periode in mijn leven schreef ik wekelijks over mijn wandelingen langs de donkerpaarse straten van Gorinchem. In die tijd was er altijd genoeg geld voor drank en vrienden die ‘vanavond maar een keertje thuisblijven’ bestonden toen nog niet. In die tijd heette deze site Schoolnews.nl. Ik ben gevraagd weer eens een stukje te schrijven voor het vernieuwde Kicking.
Vooral de vrijdagnachten waren prachtig omdat je dan de zaterdag nog voor de boeg had in plaats van de meest sombere dag van de week; De dag des Heeres. Losgebroken asielhonden, rennend door de nacht alsof de tijd ons op de hielen zat. Dat zat hij ook, maar dat wist ik toen nog niet. Twee keer dronken op één dag. Dit omdat we onszelf vrijdagmiddag, als voorschot op het komend plezier, volgoten in de Mill Inn of in New York. Die periode der onbekommerd bierzuipen heeft me ingehaald en ik heb zowaar vrienden die even een avondje thuis blijven. Dat is verstandiger dan, of ze zijn zo moe, hebben bezoek of moeten morgen vroeg op. Ik kan zelf tegenwoordig verdomme met moeite iemand vinden om me te vervelen die avonden. Laatst ben ik zelfs eens alleen naar de kroeg gegaan, maar mijn eigen gedachten ken ik al. En zoveel vraag ik echt niet hoor, ik wil gewoon bier drinken en wat kwezelen over de loop der dingen. Ben ik nu zo veranderd of de wereld? Wellicht beide, als ik nu door een kroeg heen staar zie ik zelden een stervende welke mij enigszins zou kunnen interesseren. Ze hebben hun haren prachtig in model, dure kleren, dure vrienden, ze lachen hard en veel om platte humor. Ze voelen zich zo groot; hetgeen niet lastig is in het kleine Gorinchem.
Ook met meisjes is het tegenwoordig helemaal anders. Vroeger ging dat, op het maar op een prozaïsch verantwoorde manier te omschrijven, van ‘één, twee hupsakee’. Nu lijkt het wel of ik met tegenwind een steile helling moet beklimmen met een stationsfiets. Laatst sprak ik erover met een vriend. Ik opperde dat dat kwam omdat meisjes gewoon onbekommerd willen keuvelen, luchtigheid met een ondertoon waar gemakkelijk uit op te maken dat je háár wilt; zo snel mogelijk. Dát willen ze en ik noemde wat personen die deze bezigheid nog steeds beheersen als voorbeeld. Mijn vriend knikte wat, maar of hij het er mee eens was betwijfelde ik. Onbekommerd keuvelen, ik kan het niet meer zo goed denk ik. Naar een homobar gaan is ook wat radicaal, ik kwam daar eens bont en blauw geknepen van terug; volgegoten door aangeboden Baco. Nee, dan liever gewoon gemengde kroegen. Hierdoor is contact met het tegenovergestelde geslacht onmogelijk te vermijden.
Strijdtoneel; Rotterdam
Locatie; Café de Witte Aap
Bier; Stuk of zeven
Tijd; Donderdag, tegen één uur
Ze stond daar een beetje mooi te zijn aan de bar en reeds enkele keren had ik haar lach boven de muziek uit horen komen. Lang haar, donkerblond, stijl, brede bouw; niet dik, niet lang, niet kort. Ik hoefde niet te pissen toen ik langs haar naar de wc schuifelde. We keken elkaar aan, niet eens vluchtig. Toch maar pissen. Met m’n geslacht in m’n rechterhand bedacht ik me wat ik in Godsnaam tegen dit figuur zou moeten zeggen. Ze interesseerde me niet echt en ik wilde slechts haar kamer zien en welke boeken ze in haar boekenkast had staan. Doe normaal man, ik wilde met haar ‘slapen’ en ‘s ochtend in haar raamkozijn zitten om echte koffie drinken en een sigaret te roken. Ik bedacht me dat ik niets ging zeggen of doen. De gedachte aan grappig te moeten zijn en gevat, vermoeide me op de voorhand. Wel had ik weer nieuwe kracht gevonden om nog maar eens bier te gaan bestellen. Ik bestelde dat bij een jongen met prachtige dreadlocks, ze stond nu vlak naast me, ze lachte weer hardop. Ach ja. Ik draaide me naar haar toe. “Je hebt nogal een harde lach voor een meisjesmens”. Nu lachte ze weer, minder hard. En dan is dit zo’n moment hé, nu is het erop of eronder. In contrast met het leven is het met contact met een figuur van het tegenovergestelde geslacht niet de eerste, maar de laatste stap de meest lastige.
Ik wilde niet zozeer met haar spreken, temeer ik ook nog met een vriend in dat café was en het door mij bestelde bier naar de andere kant van de kroeg moest brengen. Maar ze kwetterde me de oren van mijn kop. “Hoe oud ik was, wat is studeerde, welke sterkte mijn bril had, of ze hem opmocht”. Ze had denk ik het gevoel dat ik met haar wilde praten. Nu moet ik ook zeggen dat ik me moeilijk kan voorstellen dat er jongens zijn die niet met haar wilden praten. Charlie heette ze, ze had in Frankrijk gewoond en haar achternaam was iets om over te laten aan de fantasie. Ze werd ineens nogal scherp. Ik vroeg maar eens wat aan haar. Toen kwam het. ‘Waarom ik haar aansprak’ en ‘of ik altijd zulke rare vragen stelde’. Ik hoopte en verwachtte dat ze zich om zou draaien maar dit was toevallig nogal een figuur. Ze was niet het type ‘het verveeld me dus ik draai me om’, nee meer ‘jij verveelt me en nu ga je eraan’. Daar houd ik van, want dan is het ineens geen prachtig meisje meer waarmee je wilt slapen, maar een persoon.
Nu klink ik nogal negatief over vrouwen en dat is nogal kinderachtig van mij, daar ben ik mij van bewust. Maar werkelijk, jullie blijven me verwonderen. Ik kan slechts onophoudelijk mijn schouders ophalen en nee-schudden om wat jullie steeds weer verzinnen. Ik zag het ook liever anders; echt. Maar steeds als ik een gooi doe naar iets als liefde, zijn de dobbelstenen verzwaard en blijkt het allemaal een schijnvertoning te zijn. Je hebt dan het gevoel dat het voor altijd is enzo; altijd samen. Als ze zo s’nachts op je schouder ligt te kwijlen en je jezelf hardop beloofd haar altijd te beschermen tegen de wereld, om er later achter te komen dat ze wel meer schouders bekwijlde in die tijd. Maar laten we hier over ophouden; zelfmedelijden is wel het domste gevoel van alles. Als je je knie stoot kan je wrijven, als je je arm breekt kan je schreeuwen maar zelfmedelijden is een jeuk die erger wordt als je krabt. Tijd doodt alles en als zelfmedelijden ervaart is mijn devies; Charles Bukowski. Men vindt geen grotere troost dan in de ellende van anderen.
Terug naar Rotterdam met Charlie.
Het liep uit de soep, het escaleerde uit de hand. Nu had ze haar armen al in haar zij. En de toon in haar stem verried dat haar hoofd overliep van scheldwoorden en andersoortige verwensingen. Ik vind dat ruzie of zoiets mensen dichter bij elkaar brengt, mits goed en fair gespeeld. Dat vond zij denk ik niet. “Dat ik bang was om gewoon met meisjes te praten om ze me bang maakten”, zo ging ze tekeer. Waarschijnlijk sloeg ze de spijker op zijn kop maar dat zou ik natuurlijk nooit toegeven. Ik respondeerde met iets als dat het helemaal niet zo gek is dat jongens bang worden van meisjes. Dit omdat mannen bang zijn te worden aangestoken met de simpliciteit en de talentloosheid van vrouwen. Ik vroeg haar om één goede schaakster uit de 20e eeuw te noemen, één noemenswaardige vrouwelijke filosoof een schrijfster van formaat. En of ze verre familie was van Napoleon met die handen zo in haar zij en of ze wist dat Charlie Chaplin ooit derde werd in een Charlie Chaplin Look a Like Contest.
Ze keek me zo mooi aan, dit moest stoppen. Charlie vraag me dan in godsnaam mee naar je kamer, ik zal proberen lief te zijn en grappig. Die kuiltjes in je wangen zijn zo lief als je naar me luistert en me wilt interrumperen. Ik bestelde nog meer bier een droge witte wijn met ijs voor haar. Ik vermoedde dat ze er wel klaar mee was, met dat oppervlakkige prikken dus ik besloot haar te vertellen over mijn plannen naar Parijs te fietsen deze zomervakantie. Dat ik reeds een fietskarretje had en via Breda en Antwerpen binnen drie dagen in Leuven wilde zijn. Maar ze was nog niet klaar! Dat me dat nooit zou lukken met dat lichaam van mij enzovoort. Ze lachte er minachtend bij, unfair. Ik snapte hier niets van en ik was te dronken het te willen begrijpen. “Dag Charlie” en ik liep, niet zonder even naar haar reactie te kijken, naar mijn vriend die ook druk in de weer was. Ik wilde weg, hij niet. Ik schakelde over naar de knock out punch; Baco. In de hoek van het café zat ik op een kruk mezelf te vergiftigen en ik zag Charlie naar buiten gaan met een veel te mooie jongen. Nu wilde ik echt weg, mijn vriend en ik dronken ons drinken op en verlieten het café.
Buiten regende het zo hard dat als er een fontein zou zijn, zo één als op het oude stadhuisplein in Gorinchem, je erg goed moest kijken of de fontein nu aan of uit stond. Ik had me werkelijk niets beters kunnen wensen. Na een kwartier begon echter de kou van de verluchting op mijn huid pijn te doen. Die nacht droomde ik een droom niet ik met niet meer kon herinneren, toen ik wakker werd was alleen het gevoel van de droom blijven plakken. Ik verlangde naar Charles Bukuwski.
Maarten
6 Responses for "De Franse Revolutie"
Author: Matthijs?
Filed under: Helemaal Maarten?
Zoals vanouds weer een leuk stukje
Ik zal binnenkort weer eens wat schrijven, als het mag van god tenminste.
Is het niet leuk om iets te openen as ‘foto’s uit de oude doos’? Om de heimwee een beetje te voeden.
zoiets?
http://img371.imageshack.us/img371/6940/130tr7.jpg
Wat op de grond ligt was van matthijs trouwens, hier zie je zijn zwoele blik iets beter.
http://img111.imageshack.us/img111/4733/129nk9.jpg
Leave a reply