De Gorcumer Anwar Bidar is radeloos. Radeloos, omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hem dreigt terug te sturen naar Afghanistan. Dit terwijl zijn vrouw en zeven kinderen al de Nederlandse nationaliteit hebben gekregen.
Onmenselijk, onrechtvaardig en ondemocratisch. De Afghaan Anwar Bidar (45) is duidelijk over de manier waarop hij naar eigen zeggen door de IND wordt behandeld. ,,Ik ben naar Nederland gekomen om een veiliger bestaan op te bouwen, maar ik voel mij hier nu net zo onveilig als in Afghanistan.’’

Bidar ontving vorige week vrijdag een brief waarin hij wordt uitgenodigd voor een zogenoemd terugkeergesprek. Hij was met stomheid geslagen. De dienst beroept zich op artikel 1F van het VN-vluchtelingenverdrag. Hierin staat dat personen die worden verdacht van mensenrechtenschendingen, geen recht hebben op een vluchtelingenstatus.

,,Het feit dat ze daadwerkelijk van mening zijn dat ik in Afghanistan mensenrechten zou hebben geschonden, slaat in als een bom.’’

Anwar Bidar kwam in 1997 met vrouw en vijf kinderen naar Nederland en werd tijdelijk in Hoogblokland opgevangen. ,,Ik ben met mijn gezin naar Nederland gevlucht om hier een normaal en menswaardig leven op te bouwen. We zijn gevlucht voor de Taliban en de mujaheddin (guerrillastrijders die in verzet kwamen tegen de Sovjet-Unie, die destijds het land had bezet, red.). Tijdens een bombardement is mijn zus om het leven gekomen en mijn moeder invalide geraakt. Onder het Talibanbewind hadden vrouwen geen rechten. Mijn vrouw, Soraya, moest haar baan bij het postkantoor opzeggen en mocht zonder boerka niet de deur uit. Omdat de situatie in het land te onveilig was, zijn we gevlucht.’’

Het gezin Bidar is inmiddels uitgebreid. Met zijn vrouw en zeven kinderen woont hij in een rijtjeshuis in Gorinchem. De kinderen gaan allen naar school, zijn vrouw werkt in een winkel in Dordrecht en zelf is Bidar heftruckchauffeur bij een bedrijf in Sliedrecht. Het gezin is volledig geïntegreerd. Soraya en de zeven kinderen hebben in 2006 dan ook de Nederlandse nationaliteit gekregen.

Anwar Bidar kreeg diezelfde dag te horen dat zijn verzoek was afgewezen en dat er een onderzoek naar hem was gestart. Tijdens het communistische bewind van 1978 tot 1992 was Bidar lid van de Democratische Volkspartij van Afghanistan en werkte bij de Afghaanse inlichtingendienst Khad. De IND gaat ervan uit dat Bidar als lid van de Khad zich schuldig moet hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden of hiervan op de hoogte is geweest.

Maar Bidar ontkent ten stelligste. ,,Ik werkte bij de politieke partij als administratief medewerker om brood op de plank te brengen. Ik had niets van doen met het politieke programma en had absoluut geen uitvoerende functie. Hoe durven ze mij daarvan te verdenken? Ik heb mij in Afghanistan altijd ingezet voor de rechten van de burgers. En dan zou ik me schuldig hebben gemaakt aan misdaden tegen de mensenlijkheid? Het is onmenselijk dat de IND mij daarvan na twaalf jaar beschuldigt terwijl daar geen bewijs is.’’

PvdA-raadslid Bettie Piso van de gemeente Giessenlanden vindt het onbegrijpelijk dat met uitzetting wordt gedreigd. Ze kent het gezin door haar werk in de vluchtelingenzorg. ,,Anwar Bidar heeft geen greintje kwaad in zich. Het is een kalme en rustige man. Hij is zelfs afgewezen als beveiligingsmedewerker, omdat hij een te zacht karakter heeft.’’

De IND heeft volgens Piso geen enkel bewijs dat Bidar zich schuldig zou hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen of hiervan op de hoogte zou zijn. ,,Ik sta perplex. De dienst vindt dat Bidar zelf het tegendeel moet bewijzen. Maar dat is een eindeloos gevecht.’’

Bron: Ad.nl